Clubshow 2002
Clubshow 2002 bij de Friesche Sierduiven Club te Leeuwarden.
Datum: 28 november 2002
Bijzonderheid: Clubshow Deense Tuimelaars Club
Keurmeester en schrijver van dit verslag: M.A. van Heeringen
In het Clubblad "Wel & Wee van de F.S.C." trof ik een verslag aan van de hand van onze secretaris Wim Halsema, onder andere betreffende de inzending van de Deense Tuimelaars. Dit verslag vindt u hierbij in zijn geheel afgedrukt, waarbij ik commentaar geef op datgene, dat Wim heeft geschreven.
"Vervolgens een 66 tal Deense Tuimelaars, de Deense Tuimelaars Club had haar clubshow bij de FSC ondergebracht en was met een grote groep vertegenwoordigd. In wit had H. Kromkamp 3 dieren ingezonden van een ZG kwaliteit. In zwart 2 inzenders: H. Binnema en G. Siemons met 12 dieren. Siemons liet hier zien dat hij absoluut bij de top hoort met een zeer fraaie inzending. Type, stand, oog en oogrand en kleur zit aan de top, hier en daar nog een millimeter meer kopvulling en hij is er. Een jonge duivin van hem was zeer fraai, maar had helaas een licht aangeslagen ondersnavel. Ook Binnema toonde een ZG 95 jonge duivin. In rood uitstekend materiaal van W. Halsema met in doffer oud en jong een F 96. Rood staat op een zeer hoog peil, het blijft echter opletten op de snavelkleur. Bij de gelen 4 dieren van Kromkamp, boden de jonge dieren weer wat toekomstperspectief. Het blijft een moeilijke kleurslag vooral om de juiste egale kleur vast te houden. De 13 zwarteksters waren zeer verschillend in kwaliteit. D. Pot liet 2x een F 96 noteren op een oude en een jonge doffer, beide met prachtige koppen erop, vooral de jonge doffer.
De inzendingen van J. Dijkmans en R. Docter blijven daarbij teveel achter, zij dienen een inhaalslag te plegen anders wordt de achterstand alleen maar groter. Alle 11 roodeksters waren door W. Halsema ingezonden en getuige de predikaten: 4x F 96 en 6x ZG 95 hadden we hier te doen met een zeer sterke inzending. Fraaie dieren met fraaie kleuren, prima types en sterke koppen, een enkele kan nog een lichtere snavel hebben. Een jonge doffer behaalde een erecertificaat en werd daarmee fraaiste van alle Denen. De 11 blauweksters van A.N. Bakker en R. Docter waren mooie dieren van kleur en hals- en beenlengte, de kopvorm is heel anders en dient nog verbeterd te worden. Bakker behaalde 3x ZG 95. Mooie zwart witpennen van J. Dijkmans en in roodwitpen 2x F 96 punten voor Kromkamp en Halsema, ook bij roodwitpen is de kwaliteit zeer hoog, zeer fraaie types en prima koppen"
De winnende Roodekster, doffer jong van W. Halsema met pred. "F" 96 punten.
Het Commentaar:
De dieren in het wit van Kromkamp waren inderdaad van zeer goede kwaliteit. Stand en staartbreedte waren overwegend correct te noemen, de halzen elegant en oog- en oograndkleur goed!
Meer aandacht zal moeten worden besteed aan de voorhoofdsvulling, dat is de ruimte tussen de neusdop (= neuswrat) en de voorste ooghoek, oftewel de overgang van neusdop naar voorhoofd. Deze overgang dient zonder deuk en kneep te zijn, Wim maakt ons hierop attent bij de zwarte roeken van Siemons en Binnema.
Hij schrijft: "Hier en daar nog een millimeter meer kopvulling en hij is er!" Op deze tentoonstelling liet Geert inderdaad zien, dat hij tot de top behoort, maar als ik naar de punten in de catalogus kijk dan zou ik zeggen, dat Binnema het hem knap lastig heeft gemaakt. Beiden hebben 6 dieren ingezonden, Binnema heeft totaal 565 punten en Siemons 563 punten.
Hoort Binnema ook bij de top?
Daarbij komt ook nog, dat Binnema meer punten scoorde met zijn jonge dieren. Voor beide heren geldt hier en daar wat meer vulling in het voorhoofd, let op de stand en de staartbreedte en ook op de snavelkleur van zowel de boven- als ondersnavel.
De rode dieren van Halsema zijn van Zeer Goed tot Fraai te noemen.
Toch heb ik al een tijd het gevoel, dat de snavelkleur wat helderder moet en de veerstructuur strakker vooral zo rond de halzen; ook zal Wim meer aandacht moeten geven aan de goede doorkleuring van de slagpennen. Aan de "rode" mag men strenge eisen stellen!
De 4 geelroeken van Kromkamp lieten zien, dat de kwaliteit langzaam vooruit gaat. Terecht schrijft Halsema dat het moeilijk is de juiste kleur vast te houden. Over de juiste kleur van geelroek kunnen we een discussie van hier tot ginder voeren, maar het gebruiken van de lichtgele kleur, die we nu hebben op andere kleuren geel kan heel goed, als we maar nit de fout maken kruisingsproducten van rood en niet rood in te brengen.
Dieren met een blauwgrijze aanslag op het verenpak dienen onvoorwaardelijk van de fok uitgesloten te worden.
13 zwarteksters lieten zien, dat de eksterstam, die Deddie Pot heeft met de juiste toepassing ervan alle mogelijkheden in zich heeft om uit te groeien tot iets moois. En Pot heeft het in de vingers, dus Dijkmans en Docter meldt je bij hem aan voor wat knappe dieren en houdt hem in de gaten!!
Een fraaie zwartekster van Deddie Pot met een mooi type en een prima kopvorm
De dieren van Dijkmans en Docter lieten het vooral zitten in de tekening, oogkleur, oogranden enz. Overgetekende witpennen er in brengen kan leiden tot zeer goede resultaten!
Mannen aan het werk!!
knappe zwartekster van Deddie Pot, prima type en stand
De 11 roodeksters van Halsema toonden tezamen een prachtige collectie. Top!
Hier en daar dat een millimetertje voorhoofdsvulling erbij en de zaak lijkt voor elkaar. Houdt de snavelkleur en de staartkleur in de gaten en ook de elegantie van de halzen! Terecht behaalde de jonge doffer een erecertificaat, een collectie van Europees topniveau.
De 11 blauweksters van Bakker en Docter hebben nog een lange weg te gaan om zich te kunnen meten met datgene dat er in Denemarken en Duitsland op dit gebied aanwezig is.
Inderdaad laten ze het in de kop allemaal zitten en daar dient aan gewerkt te worden. Dieren zien te bemachtigen bij Reiner Reichhardt in Duitsland zou een mogelijke optie zijn; hij is altijd bereid een paar zeer goede koppels te verkopen. Toch fijn, dat we nog fokkers hebben van deze prachtige kleur!
De 2 zwart-witpennen van Dijkmans hebben alle raseigenschappen in zich maar het moet hier en daar beter op z'n plek vallen, zoals de rode witpennen ons wel lieten zien.
Een jonge duivin van Halsema met 96 punten en goede dieren van Kromkamp lieten zien, dat met een beetje geluk deze variëteit behouden blijft voor onze tentoonstellingen en we ons internationaal kunnen blijven meten. Over het algemeen zijn de types, de stand en kop in orde en is de tekening en de lichaamskleur /staartkleur de boosdoener.
Met een beetje geluk en veel inzet kunnen we hiermee internationaal gezien hoge ogen gooien. Probeer met tenminste 4 koppels te fokken.
De conclusie over het algemeen:
Met rood- en zwartroeken kunnen we internationaal gezien goed meekomen, dat geldt ook voor de roodeksters, terwijl er aan de zwarteksters hard gewerkt wordt en dat moment zeer nabij is.
Dan hebben we nog witpennen, in zwart en rood en witstaarten en witpen-witstaarten in zwart en rood (aan geel wordt hard gewerkt!).
Het ligt er ook aan waar je wilt staan in onze hobby
Wil je streven naar goud, om het zomaar eens te noemen, dan zul je er ook wat aan moeten doen: investeren in fokkoppels, kennis en kunde!!
Als het streven is: " veel plezier en ontspanning met je dieren" dan maakt het niet zoveel uit of ze dichtbij het ideaalbeeld staan en wat meer er vanaf.
Al die zaken moet je overwegen alvorens tot besluitvorming te komen.
Wil je er echt voor gaan, dan zijn er genoeg mensen in de Deense Tuimelaars Club, die je willen helpen hetzij met dieren, hetzij met contacten leggen in Denemarken en Duitsland.
En ook dieren voor je mee willen nemen om tot verbetering van de variëteit te geraken. We zien het wel op de eerstvolgende Jongdierendag.