Fokken-02
Deel 4:
Beloofd is beloofd en daarom in dit deel enige onthullingen van het kruisingsexperiment zoals beschreven in Deel 3.
a) zwartwitpen-witstaart doffers x zwartwitpen duivinnen
b) zwartwitpen doffers x zwartwitpen-witstaart duivinnen
Hebben bovengenoemde kruisingen ergens toe geleid?
Het antwoord is JA, maar ook is duidelijk geworden, dat een zwarte staart zich niet zo gemakkelijk laat verdringen door een witte staart (a) en ook dat bij het inbrengen van een witpen doffer op een witpen-witstaart duivin (b) het zwart dominant is over het wit van de staart.
Combinatie b): gaf uiteindelijk als resultaat 5 zwartwitpen doffers met hier en daar een witte veer aan de onderzijde van de staart. De koppen bleken na de rui indrukwekkend te zijn in belijning en vulling. Met 2 jonge doffers ga ik door, twee andere zijn inmiddels in Denemarken om ingebracht te worden in zwartwitpen. De hals en beenlengte mocht niet langer worden zoals u gezien kunt hebben op de Jongdierendag in Twello. Tot zover combinatie b).
Combinatie a): (zwartwitpen-witstaart x zwart witpen) wat ik vurig hoopte gebeurde niet, er viel uit deze combinatie geen enkele goedgetekende witte staart, wel enige dieren met een gedeeltelijk witte staart en een perfecte witpen tekening. Dat laatste viel op!
Totaal heb ik uit combinatie a) 4 duivinnen aangehouden waar ik nu mee aan het fokken ben. Een duivin is geheel zwartroek, met geen enkel wit veertje. Een kanjer van een vogel met naar mijn gevoel veel beloftes voor de toekomst. 3 duivinnen zijn perfect getekende witpennen met wat wit onder tegen de staart. Alle 4 dieren hebben veel meer hals- en beenlengte, kopsubstantie, stand en type dan mijn over het algemeen goed getekende oude duivinnen.
Ook de oogrand en helderheid van het oog zijn pluspunten. En nu maar afwachten wat de nafok voor spannends gaat brengen.
Wat een verrassende combinatie bleekte zijn was zwartwitpen-witstaart x roodwitpen en gedeeltelijk witte staart. Hiermee heb ik al eerder een paar probeersels gedaan omdat ik het geluk heb dat Wim Halsema een enkele keer een bijzonder goede duivin fokt met min of meer witpentekening en enige witte staartpennen. Dit is de combinatie waarmee je het snelst het voor ogen staande doel bereikt: "witpen-witstaarten" !!
En dan is het mij om het even of er nu zwarte of rode nafok is, van de rode gebruik ik uitsluitend de duivinnen en van de zwarte nafok de meeste interessante doffers en duivinnen. Waar ik dit jaar bij de laatste selectie tijdens het samenstellen van de fokparen heel kritisch in ben geweest is de staartbreedte. De staartbreedte kun je goed observeren als de dieren aan het eten zijn waarbij aan beide zijden van de voerbak ruggen en staarten te zien zijn en een te brede staart direct opvalt.
En waar ik ook scherp opblijf letten is de kleur van de snavel, die zo blank mogelijk moet zijn en het liefst zonder zwart streepje of puntje aan het einde van de bovensnavel. Gekleurde ondersnavels en donkere zogenaamde aangeslagen snavels worden absoluut van het fokken uitgesloten.<= een zwartwitpen-witstaart in de gewenst kwaliteit. Let op de massale kop en de perfecte type en stand! Tek. van J.de Jong
U zult zich wellicht afvragen waarom ik belangrijke zaken als type en stand niet noem. Dat is omdat ik niet fok met dieren, die géén goede type hebben en een onjuiste stand. Ik heb in de fok al genoeg te doen om een min of meer goede tekening te fokken en dan zul je altijd zien, dat als je in het selectietraject niet streng genoeg bent je goed getekenden fokt waarbij de kenmerken als kop, hals + beenlengte + stand totaal of gedeeltelijk ontbreken.
Mij niet gezien, dan maar wat langer er over doen om het gewenste doel te bereiken.
Inmiddels is het maart 2002 en zie ik alweer genoeg nafok, die tot inspiratie kan dienen voor deel 5 van mijn artikelen over "het fokken van Deense Tuimelaars".
Deel 5:
In deel 4 stelde ik de vraag aan mezelf: hebben de kruisingen zwartwitpen x zwartwitpen-witstaart en zw.wp.wst x zwartwitpen ergens toe geleid?
Het is antwoord is Ja, maar er werden géén goed getekenden gefokt, d.w.z. met een gehele witte staart en/of de juiste witpen tekening.
Wel zoals ik schreef doffers met een enkele witte veer onder de staart en duivinnen met een halve witte staart. Wat voor resultaten hebben nu b.v. de 2 jonge witpen doffers opgeleverd, die uit bovengenoemde combinaties gevallen zijn?
De nafok hiervan vertoonde bij de duivinnen wat wit in de staart en geweldige type, stand, kopvorm etc.
Een prachtige zwart witpen-witstaart van de schrijver van dit artikel. Let op de fraaie dunne hals en de fraaie stand!!
De duivinnen heb ik streng geselecteerd en twee ervan kruislings teruggekoppeld aan de witpen doffers (met de witpen-witstaart factor!)
In de eerste ronde (maart 2003) gaven beide doffers een perfect getekend jong! Helaas kwam bij beiden het andere ei niet uit.
Naar het zich laat aanzien zijn beide dieren duivinnen: een geweldige sprong vooruit (als het zo is)
De duivinnen uit een eerdere kruisingspoging in 2002 van andere koppels geven nu ook goed getekende jongen. Een bijkomend probleem is, dat de onderbuik zo gekleurd mogelijk moet zijn en zo min mogelijk wit!
En dat valt ook nog niet mee.
Zoals u merkt ben ik zeer hoopvol gestemd over de tot nu toe bereikte resultaten. Overigens heb ik 7 koppels gemaakt van zwartwitpen-witstaart doffers x zwartwitpen duivinnen. De doffers zijn redelijk fokzuiver voor zwart witpen- witstaart, de duivinnen zijn of "zuiver" witpen of F1 van een eerdere kruising van zwartwitpen-witstaart x zwartwitpen. De resultaten van deze 7 koppels stemmen me hoopvol, ik hoop met deze nieuwe "lijn" het wit aan de buik terug te dringen en de tekening uiteindelijk te vervolmaken!
Bij rode witpen-witstaarten heb ik het probleem, dat de meeste nafok tot dit moment wel allemaal witte staarten hebben, dat is mooi zult u zeggen, jawel maar de witpen tekening is in de meeste gevallen "overgetekend", teveel witte pennen dus en het wit aan de buik neemt veel te overdadige vormen aan.
Ik overweeg nu, begin april, om de meeste koppels uit elkaar te halen en opnieuw samen te stellen.
De types zijn wel bijzonder mooi te noemen en de koppen zijn zeer indrukwekkend, van de jongen bedoel ik dan. We kunnen natuurlijk ook wachten op een gelukstreffer dan is het meteen raak als het een goed getekende is.
We zien wel, ik heb ook nog een paar doffers met een enkele witte staartpen en verder helemaal "schoon".
De voortgezette kruising met een geelekster Neurenberger Bagadet werpt zijn vruchten af. Tot nu toe heb ik 3 jonge dieren gefokt, ik heb een geel witstaart doffer gekoppeld aan de Bagadet. Één jong is perfect witpen-witstaart getekend en wat mij nu al opvalt, is dat de oogkleur naar mijn inschatting aardig goed gaat worden of anders gezegd, zeer goed gaat worden!
Wat ik wilde bereiken is meer body op de gele dieren en meer snavellengte en substantie. Het lijkt te gaan lukken. Dat was bij de bestaande dieren allemaal een beetje petieterig geworden.
U merkt het, niet ontevreden per half april, maar de echte klappers moeten nog vallen, zullen we maar zeggen en hopen.


Foto: Martin met het eerste kruisingsproduct van de gele Neurenberger Bagadet in 2002: een roodwitpen met enorm veel koplengte!!
We houden u op de hoogte.